Ontdek

uw sociaal innovatievermogen en overwin de crisis
0800/88250Schrijf u in
Deelnemende organisaties
OdthErgoteamPartena Ziekenfonds en PartnersBIVVUniversal CommunicationT-GroepCentrum voor OndernemenDe Buck TravelInvertoInventisSD WorxMatexi GroupBNP ParibasVokaKrefimaTeituISSAssumaxStad GentINGCommunicatielabMy Kingdom For a HorseRace Productions - Ridley BikesUnizoFlanders DCbaogroupVacatureRyhoveInduverRelax Wellness CentrumBelfiusESFPort of GhentSERR Gent Rondom GentSERV Stichting Innovatie & ArbeidSEBECO INNOVATIEFBW BouchoutDezign CrewStadsbestuur LommelQ-ListBoerenbond,ThuishulpBelgacomDosschemillsPeers2Peers Hemkes ConsultancyVeGHOSVKAssumaxAscentoRyhove4InstanceREFIBOAZ Sint-BlasiusX-straPolarisation groupVan RoeyIBBTLuminusSocrefosAttentVlerick SchoolCreaxAVSInnovatiecentrumDe Zwarte DoosDe JaegerUgentJob & CoAB MauriVOV Lerend netwerkInterpass Tidi SolutionsGeers OffsetStaterAtlantisICFBerenschotBelrom Furniture- FrentlifeEurotuinCocom groupDBM BelgiumAuxifinaAttentiaKluwerSoficoOpen bedrijvendagFlanders SynergyAGXVokshaardAdebaVacature

Resultaten Vlaamse Innovatie Monitor 2012

Geplaatst op donderdag 28 juni 2012

Op het Werken 3.0 Congres werden we geboeid door de resultaten van de Vlaamse Innovatie Monitor. In vijf blokken lichtte professor Volberda de vijf belangrijke thema’s binnen sociale innovatie toe. Die vijf blokken waren technologische innovatie, co-creatie, flexibel organiseren, slimmer werken en dynamisch managen. Om tot deze resultaten te komen, hebben we de bedrijven maanden geleden aangespoord de enquête in te vullen en zo mee te dingen naar de Vlaamse Innovatie Award anno 2012.

In totaal deden 1957 bedrijven mee aan de Monitor. Daarvan vulden 490 respondenten alle kritieke constructen in die noodzakelijk waren voor het wetenschappelijk onderzoek. De ‘gemiddelde’ respondent is 46 jaar oud en ongeveer 11 jaar werkzaam bij de organisatie.

Sociale innovatie & technologische innovatie

Het innovatiesucces in Vlaanderen wordt voor 20 procent bepaald uit technologische innovatie en voor 80% uit sociale innovatie. Vlaamse bedrijven innoveren meer en investeren meer in ICT en iets minder in R&D. Sociale innovatie maakt R&D investeringen effectiever. Bedrijven met een bovengemiddeld percentage aan investeringen behalen een 25 procent hoger succes op innovatie. Hebben bedrijven daarnaast voldoende aandacht voor sociale innovatie dan is hun opbrengst vier keer zo hoog.

Vlaamse sociaal innovatieve organisaties presteren beter op vlak van winstgroei (26%), aantrekken nieuwe klanten (22%), rentabiliteit op eigen vermogen (21%), groei marktaandeel (20%), omzetgroei (19%) en tevredenheid werknemers (20%) dan niet sociaal innovatie organisaties.

De tertiaire sector is koploper op vlak van sociale innovatie met 31 procent, terwijl de niet-commerciële sector achterop hinkt met maar 20 procent van de bedrijven die sociaal innovatief is. In alle sectoren is de middenmoot nog altijd het grootste aantal. Die schommelt zowel bij de tertiaire, secundaire, primaire als quartaire sector tussen 47 procent en 50 procent. In zowel de secundaire als de primaire sector zijn meer bedrijven niet sociaal innovatief (27% en 29%) als sociaal innovatief (24% en 24%).

Co-creatie

Co-creatie ontstaat door een samenwerking van externe netwerken en kennisallianties. Bij co-creatie moeten organisaties openstaan voor nieuwe ideeën. Dit biedt toegang tot een ontvankelijkheid voor externe kennis. Het heeft een positief effect op de snelheid, hoeveelheid en mate van nieuwheid van nieuwe producten en diensten. Het versterkt ook het effect van samenwerking met universiteiten op nieuwe producten en diensten.

Vooral de commerciële dienstensector staat open voor nieuwe ideeën. Dit leidt, in combinatie met andere hefbomen, tot meer innovaties. Openheid in combinatie met andere hefbomen kan leiden tot een toename van het innovatiesucces van 52 procent en tot een toename van de bedrijfsprestaties met 29 procent.

Vooral in dynamische omgevingen wordt meer geïnvesteerd in sociale innovatie en wordt er zo ook meer geïnnoveerd. Er wordt ruim 20 procent meer geïnvesteerd in sociale innovatie in dynamische organisaties. Het innovatiesucces is ook ruim 27 procent hoger.

Flexibel organiseren

Flexibel organiseren is belangrijk in organisaties. Flexibel organiseren komt vooral voort uit een hoge veranderingssnelheid, namelijk het vermogen om sneller dan de concurrentie te reageren op veranderingen, uit de vrijheid voor medewerkers en structurele differentiatie. Dit houdt het balanceren van innovatie en efficiency middels de organisatiestructuur in.

Een hoge interne veranderingsnelheid is van vitaal belang. 46 procent is van het effect van flexibel organiseren op het bedrijfsresultaat is hieraan te wijten. 30 procent wordt bepaald door de vrijheid die je geeft aan je medewerkers. De overige 24 procent wordt bepaald door structurele differentiatie.

Grotere organisaties hebben vooral baat met meer vrijheid voor medewerkers en een hoge interne verandersnelheid.
Over de sectoren heen scoort de tertiaire sector bovengemiddeld op alle drie de vlakken met een verschil van 2 procent ten opzicht van het Vlaamse gemiddelde op vlak van Proactiviteit. Een verschil van 4 procent op vlak van vrijheid voor medewerkers en 1 procent voor structurele differentiatie.

Slimmer werken

Slimmer werken in het onderzoek is vooral gebaseerd op vertrouwen binnen organisaties en crossfunctionele interacties. Dit stimuleert kennisdeling tussen medewerkers van verschillende afdelingen. Dit zorgt voor nieuwe combinaties van kennis. Vertrouwen zorgt voor 40 procent voor slimmer werk, terwijl 60 procent te wijten is aan crossfunctionele interactie. Deze twee factoren leiden tot 35 procent meer radicale en 23 procent meer incrementele innovaties.

Op crossfunctionele interactie blinkt de land-en tuinbouw positief uit met 7 procent meer dan het Vlaams gemiddelde.

Dynamisch managen

Snelheid van dynamische managementvaardigheden om zaken aan te passen, de variëteit van de dynamische vaardigheiden en informeel leiderschap vormen de basis voor dynamisch management. Het management moet snel kunnen inspelen op verandering en moet vertrouwen hebben en verantwoordelijkheid geven aan haar medewerkers.

Informeel leiderschap draagt voor 27 procent bij aan het totaal effect van dynamisch managen op het bedrijfsresultaat, terwijl de snelheid van dynamische managementvaardigheden voor 43 procent meespeelt en de variëteit voor 30 procent.

Sectorieel bekeken scoort de tertiaire sector bovengemiddeld over de hele linie. Met 6 procent meer dan het Vlaamse gemiddelde qua snelheid, 6 procent voor diversiteit en 4 procent meer voor informeel leiderschap. De niet-commerciële scoort op alle vlakken minder dan het gemiddelde met -10 procent voor snelheid, – 9 procent voor variëteit en – 4 procent voor informeel leiderschap.

Dynamische managementvaardigheden is de voornaamste hefboom van sociale innovatie voor betere bedrijfsresultaten. Zij bepalen voor 29 procent de resultaten. Gevolgde door flexibel organiseren met 28 procent, slimmer werken met 22 procent en co-creatie die telt voor 21 procent.

Ook het innovatiesucces is voor het grootste deel te wijten aan dynamisch managen. Zij bepalen voor 33 procent het succes. Flexibel organiseren is goed voor 27 procent, slimmer werken voor 22 procent en co-creatie bepaald 18 procent van het succes.

Conclusie

Sociale innovatie loont ook in Vlaanderen. Sociaal innovatieve organisaties in Vlaanderen innoveren meer, presteren beter en investeren meer in R&D en ICT. Er moet wel meer ingezet worden op sociale innovatie.

De mate van sociale innovatie verschilt per sector.

  • Commerciële diensten (tertiaire sector) is sociaal innovatieve sector
  • Land- en tuinbouw (primaire sector) blijft vooral achter bij dynamisch managen en vrijheid voor medewerkers, vertrouwen binnen organisaties en openheid voor nieuwe, externe ideeën
  • Industrie en bouw (secundaire sector) blijft achter met slimmer werken en informeel leiderschap
  • De niet commerciële diensten (quartaire sector) heeft een inhaalslag te maken op zo goed als onderdelen van sociale innovatie

Snelheid is een belangrijk onderdeel binnen sociale innovatie om meer te innoveren en beter te presteren.

  • De hefbomen flexibel organiseren en dynamisch managen hebben relatief het sterkste effect op innovatiesucces en bedrijfsresultaat.
  • Hoge interne verandersnelheid is voornaamste onderdeel bij flexibel organiseren
  • Managementvaardigheden om de resource base snel aan te passen is het voornaamste onderdeel van dynamisch managen

Kennisdeling tussen verschillende afdelingen vergroot innovatiekracht en leidt tot betere bedrijfsprestaties. Bedrijven moeten daarom meer verbindingen tussen afdelingen creëren. . Samenwerking met externe partijen stimuleert innovativiteit en bedrijfsprestaties.

Openheid voor nieuwe, externe ideeën gaat gepaard met meer radicale innovaties, meer incrementele innovaties en betere bedrijfsprestaties. Organisaties moeten investeren in co-creatie om de kennisbasis beter te benutten.

Professor Henk Volberda licht deze resultaten kort toe en vergelijkt ze met die van Nederland.

Een week voor het event gingen Ingrid Walry, SEBECO en Mieke Van Gramberen, Flanders Synergy langs bij de professor om zijn visie op de resultaten te krijgen.

Henk Volberda: We hebben gekeken hoe Nederland scoort ten opzichte van Vlaanderen. Als het gaat om exploratie, over radicale innovatie, dan zien we dat Nederland er slechter in is als Vlaanderen. Als het gaat om incrementele innovatie zie je dat Nederlandse daar veel beter in zijn. Nederlandse bedrijven zijn efficiënter, terwijl Vlaamse bedrijven beter zijn in het maken van radicale doorbraken.

Nederlandse bedrijven zijn beter in exploitatie. Vlaamse in radicale, grote innovaties. Als het gaat om procesverbeteringen en dat soort dingen dan gaat dit bij Nederlandse bedrijven gemakkelijker. Daardoor zijn zij ook efficiënter. Vlaamse bedrijven zijn iets beter in nieuwe productinnovaties.

Mieke Van Gramberen: Strookt dit ook met gegevens uit de data van het World Economic Forum?

Henk Volberda: In het Forum presteert Nederland op alle innovatie indicatoren beter dan België. Onze survey onderzoekt alleen maar het innovatievermogen in Vlaanderen. 

Als je kijkt naar omzet van verbeterde producten en diensten of nieuwe producten en diensten dan kan je zien dat Nederland daar slechter scoort. Ook in R&D doet Nederland het slechter dan de Vlaamse bedrijven. Nederlandse bedrijven zijn meer gericht op efficiency en kostenverlaging.

Als je kijkt naar de omzetgroei, winstgroei, marktaandeel of het aantrekken van nieuwe klanten dan zie je dat Nederlandse bedrijven daar beter in presteren dan Vlaamse bedrijven.

De tevredenheid bij de medewerkers ligt bij Nederlandse bedrijven dan weer lager. De reden hiervoor is voor ons moeilijk te verklaren. Nederland scoort dan weer beter in structurele differentiatie, proactiviteit en vrijheid van de medewerkers.

Ook qua informeel leiderschap scoort Nederland beter. Ook in variëteit en dynamische managementvaardigheden doen onze bedrijven het beter. Het vertrouwen is bij ons ook groter. Crossfunctionele acties zijn bij Vlaamse bedrijven beter.

Openheid en nieuwe ideeën zijn bij ons veel, maar dan ook veel beter.

Mieke Van Gramberen: Als je kijkt naar het Nederlandse en Vlaamse beleid, dan heb ik toch de indruk dat jullie veel meer radicale keuzes maken. Dan zou ik toch verwachten dat dit op het niveau van bedrijfsleven ook zo zou zijn.

Henk Volberda: Het gaat hier om -1%. Sommigen zijn ook heel groot en veel meer uitgesproken. Vrijheid van de werknemers is daar één van. Medewerkers in Nederland beschouwen zich veel vrijer. Er is ook een reden waarom veel Nederlanders hun kinderen naar Belgische scholen sturen. Ze vinden hier geen evenwicht. Het gaat hier natuurlijk wel om een verschil in populatie. We vergelijken Nederland in 2010 met Vlaanderen anno 2012. De Nederlandse studie 2012 zal pas afgerond zijn in september. Om effecten uit te schakelen zouden beide op hetzelfde moment moeten afgesloten worden. De economische tijd is hier van belang.

Ingrid Walry: De vrijheid van werknemers is een uitgesproken resultaat, zijn er nog?

Henk Volberda: De 11% van winstgroei is ook vrij uitgesproken. Kennelijk zijn Nederlandse bedrijven veel winstgevender. Dat zou ook kunnen zijn omdat het in 2010 is afgenomen.

Bij openheid over nieuwe ideeën scoren Nederlandse bedrijven veel hoger op, namelijk 20%. Dat hangt ook samen met vrijheid en organisatiestructuur.

Ingrid Walry: Wat mij vooral boeide is uw opmerking dat kennistransfer tussen medewerkers en bedrijven een moeilijke opdracht is voor de Nederlandse bedrijven. Ik hoor nu dat Nederlandse bedrijven beter scoren dan Vlaamse bedrijven, dus ik concludeer automatisch dat wij niet beter scoren op kennistransfer tussen werknemers in bedrijven.

Henk Volberda: Dat klopt, dat zien we ook heel sterk in de land- & tuinbouw. De land- & tuinbouw doet het vrij goed als het op het crossfunctionele aankomt. Ondanks ze hier zeer goed in zijn, is het aantal gerealiseerde innovaties vrij laag. Er zijn meerdere factoren dan die natuurlijk.

Mieke Van Gramberen: Kan je ons iets zeggen over de impact van kwaliteit van de arbeid en bedrijfsperformantie en innovatie? Over de mate waarin mensen beschikken over meer autonomie en de impact daarvan op de bedrijfsresultaten en het innovatievermogen?

Henk Volberda: In deze editie hebben we een keuze moeten maken tussen wat wel en wat niet gaat omdat de vragenlijst enorm lang was. In dit geval was crossfunctionaliteit en vertrouwen binnen de organisatie belangrijk. Als we het nog eens doen kunnen we daar andere schalen tegenover zetten om zo het effect van human capital, het effect van professionele autonomie te meten. Dit zit er nu niet in.